Beleid van mondiale centrale banken loopt steeds meer uit elkaar Van eensgezindheid tussen de centrale zal dit jaar geen sprake zijn, schrijft obligatiebelegger Gerard Moerman van Aegon AM niet zien. Wat betekent dit voor de rentes? 13 januari 2026 08:00 • Door Gastauteur IEXProfs Waar de meeste centrale banken in 2025 opvallend eensgezind waren in hun beleid, tekent zich voor 2026 een veel gevarieerder beeld af. Het afgelopen jaar stond vooral in het teken van renteverlagingen: de hoge inflatie als gevolg van het einde van de Covid-periode en versterkt door de Russische inval in Oekraïne ebde verder weg, waardoor beleidsrentes omlaag konden. Dat was goed nieuws voor zowel aandelen als obligatiebeleggers. Een uitzondering vormde Japan, waar de inflatie eindelijk terugkeerde en de centrale bank juist bezig is met een gestage renteverhogingscyclus. In december kwam daar een nieuwe verrassing bij: ECB bestuurslid Isabel Schnabel suggereerde dat de eerstvolgende rentebeweging van de ECB wel eens een verhoging zou kunnen zijn in plaats van een verlaging. Dat werpt de vraag op: wat betekent dit voor 2026? Hoe verhouden andere centrale banken zich tot deze nieuwe werkelijkheid? Voor komend jaar is het beeld in ieder geval aanzienlijk gemengder, met implicaties voor financiële markten. Renteverwachtingen De tabel hieronder illustreert de rentewijzigingen in 2025. Als we het simpele gemiddelde nemen van al deze wijzigingen, komen we uit op een daling van 0,75%. Deze versoepeling heeft de wereldeconomie onmiskenbaar ondersteund en fungeerde mogelijk als een van de “medicijnen” tegen de verhoging van Amerikaanse importtarieven. De rechterkolom laat zien wat de rentemarkten momenteel inprijzen (peildatum: 7 januari 2026). Een leeg veld betekent dat het verwachte verschil kleiner is dan 0,1% en dus geen sterk signaal afgeeft. Van de grote ontwikkelde economieën wordt alleen voor de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk nog een renteverlaging verwacht. Voor vier andere genoemde centrale banken — Canada, Japan, Australië en Nieuw Zeeland — is de verwachting dat de beleidsrente eerder zal stijgen. Vraagtekens Toch zijn deze verwachtingen bescheiden van omvang. Bovendien bestaan er goede redenen om vraagtekens te plaatsen bij de kans dat die verhogingen daadwerkelijk worden doorgevoerd. In Australië, Canada en Nieuw Zeeland is de werkloosheid opgelopen, en het zal tijd kosten voordat de eerdere renteverlagingen hun volle effect op de economie laten zien. Ook verhoogde handelstarieven kunnen in diverse economieën voor negatieve verrassingen zorgen. Als derde punt zien we vaak dat de financiële markten teveel verwachtingen hebben aangaande centrale banken. Eerder onderzoek van mijn collega’s laat zien dat de futuresmarkten vaak onterecht een bepaalde rentestijging of -daling inprijzen. Met andere woorden, het is heel goed mogelijk dat er geen enkele rentewijziging plaatsvindt voor bijvoorbeeld Australië, Canada en Nieuw-Zeeland. Dominant thema 2026 Wat in ieder geval duidelijk is: de periode van wereldwijde renteverlagingen ligt achter ons. Hoewel 2026 er op macro-economisch vlak nog steeds solide uitziet, is het zaak om de communicatie van centrale banken scherp te blijven volgen. Als economische groei en inflatie daartoe aanleiding geven, zullen zij niet aarzelen de rente opnieuw te verhogen om de lange termijninflatieverwachtingen in toom te houden. Waar let ik zelf op als vroege signalen?1. Werkloosheid en loondruk2. Grondstoffenprijzen 3. Ingeprijsde marktverwachtingen Dit thema zou zich in de tweede helft van dit jaar — of wellicht pas in 2027 — kunnen manifesteren. Tot die tijd kijk ik uit naar een beleggingsjaar waarin markten zich moeten voorbereiden op een wereld waarin monetaire diversiteit opnieuw het kompas bepaalt. Gerard Moerman is hoofd fixed income, LDI and investment solutions bij Aegon AM. Gastauteurs zijn beleggers die schrijven op persoonlijke titel. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via: