Obligaties nu veel aantrekkelijker dan in 2020 Het rendement op obligaties is afhankelijk van de richting van de rente en het aanvangsrendement. Beide factoren scoren nu veel beter dan in 2020. 24 september 2025 08:00 • Door Redactie De jaren 20 van deze eeuw zijn voor meer dan de helft verstreken en het is tot nu toe een rampzalig decennium voor obligaties. Dat schrijft Ben Carlson van Ritholtz Wealth Management in zijn blog A Wealth of Common Sense. De vraag is of obligaties daarmee goedkoop zijn of dat het een voorbode is voor nog meer slecht nieuws en is het überhaupt nog wel zinvol om te kiezen voor een klassieke 60/40-portefeuille (60% aandelen en 40% obligaties) als obligaties zo slecht presteren? Een negatief rendement Carlson komt over de periode 2020-2025 inclusief inflatie uit op een reëel rendement voor Amerikaanse tienjarige staatsobligaties van -5,1%. Dat is nog slechter dan de jaren 40, 50, 60 en 70 toen de rendementen ook negatief waren. Doordat de aandelenkoersen omhoogschieten, doet een 60/40-portefeuille het echter veel beter. Carlson heeft een rendement van 9% op jaarbasis berekend. Van de ene kant kun je zeggen: “Was ik nou maar vol voor aandelen gegaan, dan had ik nu op een veel hoger rendement gestaan.” Van de andere kant is het ook het mooie van een gespreide portefeuille dat aandelen en obligaties elkaar aanvullen. Het is immers vaak zo dat in een slecht decennium voor aandelen het de obligaties zijn die het resultaat opkrikken. Wat verder belangrijk is om te onthouden is de simpele relatie tussen renteveranderingen en de koers van obligaties met langere looptijden. Als de rente stijgt, dalen de koersen en andersom. Dat betekent dat het aanvangsrendement op obligaties van groot belang is. Tussen 1980 en 2020 is de rente bijvoorbeeld enorm gedaald. Beleggers konden daardoor van twee walletjes eten: ten eerste hadden ze in de uitgangspositie een hoog aanvangsrendement en ten tweede zorgde de dalende rente voor hogere koersen. Na 2020 veranderde dit beeld volledig. Betere uitgangssituatie Maar maakt dit obligaties dan nu goedkoop? Volgens Ben Carlson kun je niet zeggen dat obligaties een “screaming buy” zijn. De inflatie is immers nog altijd niet onder controle in veel westerse landen. De rentes kunnen weer oplopen. Maar dat het instapmoment gunstiger is dan vijf jaar geleden is evident. Stel de arbeidsmarkt blijft verzwakken in de VS, dan vormen obligaties een uitstekende bescherming tegen een economische vertraging. Bovendien heeft de Fed onlangs de rente verlaagd en aangegeven dat er tot het einde van het jaar meer verlagingen zullen volgen. “Dat zijn weliswaar slechts de kortetermijnrentes en het garandeert niet dat de rente op langlopende obligaties zal dalen, maar het helpt waarschijnlijk wel.” Zelfs als de obligatierentes vanaf nu niet veel meer dalen dan verdient een belegger in Amerikaanse obligaties ongeveer 4-6%, afhankelijk van de kredietkwaliteit en looptijd. “Dat is best goed, aangezien de inflatie onder de 3% ligt.” Wat in ieder geval loont, is om binnen het spectrum van obligaties een mix aan te leggen. Sommige vastrentende waarden zijn namelijk beter geschikt voor een omgeving met stijgende rentes. Andere doen het beter in een omgeving met dalende rentes. Tenslotte is het risicoprofiel van elke belegger anders. Voor iemand met een lange tijdshorizon is het bijvoorbeeld prima om een pakket bedrijfsobligaties op te nemen in de portefeuille. Iemand met een korte tijdshorizon is daarentegen beter af met veilige staatsobligaties. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Deel via: